Ontdek hoe je in 7 stappen een energiezuinig gebouw realiseert.
Onderwijsstichtingen, zorginstellingen en overheidsinstellingen hebben vaak veel gebouwen in beheer. Ze hebber er dus groot belang bij hun energieverbruik te managen en te reduceren.
Bovendien worden er vanuit de overheid eisen gesteld en verplichtingen opgelegd, bijvoorbeeld de GACS-verplichting die per 1 januari 2026 is ingegaan. Kijkend naar de toekomst zullen de eisen en verplichting nog verder toenemen om uiteindelijk richting Paris Proof te gaan.
Vaak worden deze verplichtingen als lastig ervaren, maar ze bieden ook kansen! Kansen om veel geld te besparen door energieverbruik te reduceren, op basis van inzichten gebouwprestaties te vergelijken en tot een onderbouwd en kosten efficiënt meerjarig onderhoudsplan voor het vastgoed te komen.
Vaak zien we ook een drempel om ergens te beginnen: wat is eigenlijk ons energieverbruik per vierkante meter? En is dat gemiddeld, of hoog of juist laag?
Het FourIQ gebouwbeheerplatform helpt onze opdrachtgevers inzicht te krijgen en helpt bij het bereiken van doelstellingen. Op basis van eigen data krijgen ze grip op hun energiemanagement en meerjarig gebouwbeheer.
Onze ervaringen hebben we verwerkt in een praktisch stappenplan: de energiereductieladder. Elke trede van de ladder staat voor maatregelen die het energieverbruik verlagen.
Wat verbruikt een gemiddeld schoolgebouw?
De Werkelijke Energie-intensiteit indicator (WEii) norm geeft aan dat voor een gebouw voor het voortgezet onderwijs het gemiddelde energieverbruik momenteel tussen de 120 en 165 kWh/m2 per jaar ligt. Onze ervaring is dat dit klopt voor veel van de schoolgebouwen in het voortgezet onderwijs en scholen voor beroepsonderwijs. Via ons netwerk van relaties met adviseurs en gebouwbeheerders weten we dat het energieverbruik van hun gebouwen varieert tussen de 117 kWh/m2 en 130 kWh/m2.
Globaal kun je stellen dat je het goed doet als je gemiddeld rond de 120 kWh/m2 zit. Zit je met jouw gebouwen aan de hoge kant? Laten we dan nu gaan kijken met welke stappen je het verbruik kunt reduceren.
De 7 stappen van de energiereductieladder:
- Besparen met gezond verstand: Optimaliseer de regelinstallatie en stem nieuwe installaties af op de actuele warmte- en koudevraag.
- Slimme technologie inzetten: Gebruik een energiemanagementsysteem (EMS) met AI voor realtime aanpassingen op basis van data.
- Verlagen van de basislast: Schakel apparaten buiten openingstijden uit om de basislast te verlagen.
- Verhogen energieopwekking: Plaats zonnepanelen op het dak en overweeg mogelijkheden voor energieopslag.
- Vervanging van de gebouwinstallaties: Vervang oude installaties door energiezuinige alternatieven, zoals warmtepompen.
- Renovatie van het gebouw: Streef naar energetische waarden die in de buurt komen van nieuwbouw.
- Kiezen voor nieuwbouw: Stel ambitieuze energiedoelen en overweeg energieneutrale gebouwen.
Stap 1: besparen met gezond verstand
Met gezond verstand de goede dingen doen, maakt al een groot verschil. Tegen relatief lage kosten is een besparing van 10 tot 20 kWh/m2 te realiseren. Hoe? Door de regelinstallatie optimaal in te stellen, waarbij klasse B van de “frisse scholen standaard” wordt gehaald.
Om deze stap te kunnen maken, is het nodig om meetgegevens (historische data) uit het energiemanagementsysteem van het gebouw beschikbaar te hebben om te kunnen analyseren. Optimalisatie van de regeling betekent finetunen van de stooklijnen, sturen op start- en eindtijden, zorgen dat je installaties in rust zijn buiten de openingstijden en bewaken dat je geen vreemd patroon ziet. En natuurlijk ben je er niet met een eenmalige actie. Regelinstallaties moeten continu worden gemonitord en bijgesteld.
Vaak zien we dat gebouwen meer dan eens te grote installaties hebben. Deze overcapaciteit zorgt ervoor dat er onnodig meer energie wordt verbruikt dan nodig is. We zien ook te vaak dat bij vervanging de installatie 1-op-1 wordt vervangen. Beter is het de vraag te stellen wat de warmte- en koudevraag is en daarop de nieuwe installatie af te stemmen. Met de energiemonitoringsfunctie en het optimaal inrichten van de regelinstallatie is onze ervaring dat de investering in 3 maanden is terugverdiend.
Stap 2: slimme technologie inzetten
Waar we in stap 1 nog uitgaan van handmatige aanpassingen van de regelinstallatie, gaat het in deze stap om het inzetten van een energiemanagementsysteem; een aanvullende softwaremodule op een regelinstallatie. De verzamelde data maakt het mogelijk te kijken naar opwarmtijd, weersvoorspellingen, verwachte bezetting, enzovoort. Op basis van realtime informatie wordt de installatie continu aangepast en bijgesteld. Vaak wordt bij het analyseren van patronen en voorspellingen gebruikgemaakt van kunstmatige intelligentie (AI). Inzet van technologie zal een besparing van 10% van het energieverbruik realiseren. De terugverdientijd van de EMS-softwaremodule is 6 maanden.
Stap 3: verlagen van de basislast
We komen situaties tegen waarbij 50% van alle elektriciteitsverbruik buiten de openingstijden van het gebouw wordt verbruikt. Denk hierbij aan energieverbruik van boilers in pantry’s, frisdrankautomaten of van Wi-Fi-accespoints. Energiebesparing kan eenvoudig worden gerealiseerd door installaties uit te zetten buiten de openingstijden. Als de basislast kan worden teruggebracht naar de norm van 20 tot 25%, bespaart dit 5 tot 8 kWh/m2. Om installaties gecontroleerd uit te kunnen zetten buiten de openingstijden, moeten installaties aangepast worden. Ervaring leert dat investeringen binnen 3 jaar zijn terugverdiend. Advies is om bij aanpassingen van de installaties mee te nemen welke opties er zijn om het energieverbruik buiten de openingstijden zo laag mogelijk te houden.
Stap 4: verhogen energieopwekking
Het opwekken van energie via zonnepanelen is ook een manier om het energieverbruik te reduceren. Gebouwen hebben doorgaans een behoorlijke ruimte op het dak om zonnepanelen te plaatsen. Gebouwen die al veel zonnepanelen hebben, zijn over het algemeen al duurzaam. Een voordeel is dat de opgewekte energie overdag ook direct gebruikt kan worden. De openingstijden lopen mooi parallel met de zonne-uren. De investeringen zijn vaak binnen 6 jaar terugverdiend. Bij energieopwekking wordt ook steeds vaker de vraag gesteld wat de mogelijkheden zijn voor energieopslag en -vrijgave op het moment dat het nodig is. Ontwikkelingen die snel volwassen worden.
Stap 5: vervanging van de gebouwinstallaties
Als de leeftijd van een gebouw ouder is dan 15 jaar, dan is er ook iets voor te zeggen om de gebouwinstallaties voor verwarming of koeling aan te passen of te vervangen. Metingen laten zien dat het energieverbruik voor verwarmen, koelen en verlichten van een gebouw samen goed zijn voor 75% van het totale energieverbruik. Aanpassing of vervanging van de installaties met bijvoorbeeld warmtepompen kan een grote bijdrage leveren aan energiebesparing, al staan daar ook wel investeringen tegenover. We zien in de praktijk dat vervanging van de installaties opgenomen moet zijn in de MJOP-planning en -begroting. Versneld afschrijven is geen aantrekkelijke optie. De afweging is dan of een gebouwrenovatie nog zinvol is. De terugverdientijd vanuit energiereductie ligt voor dergelijke ingrijpende veranderingen tussen de 10 en 15 jaar.
Stap 6: renovatie van het gebouw
De keuze voor renovatie of nieuwbouw is erg afhankelijk van de levensloop van het gebouw en of het gebouw een monument is. Veel gebouwen kunnen niet zomaar vervangen worden voor nieuwbouw. Renovatie is dan een optie. Ervaring leert dat bij renovatie niet dezelfde energetische waarden gehaald kunnen worden als bij nieuwbouw. Toch zien we hier een positieve tendens en proberen de partners in de bouwketen in de buurt te komen van de mogelijkheden met nieuwbouw. De investeringen liggen vaak nog iets lager dan bij nieuwbouw. Door de toename van het aantal installaties in gebouwen wordt het verschil ten opzichte van nieuwbouw wel steeds kleiner.
Stap 7: kiezen voor nieuwbouw
En zo komen we bij de laatste stap op de energiereductie ladder: de keuze voor nieuwbouw. Een ingrijpende stap, maar met grote impact. Wat ons opvalt, is dat weinig organisaties in de bouwketen een beeld hebben van wat het energieverbruik van een nieuw gebouw mag zijn.
We zijn bij verschillende nieuwbouwprojecten betrokken en we stellen steeds vaker de vraag: wat verwachten we ten aanzien van het energieverbruik zonder compensatie? Het is mogelijk om gebouwen te maken met een energieverbruik van minder dan 30 kWh/m2.
Voor nieuwe gebouwen vanaf 1 januari 2021 geldt dat aan de Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) norm moet worden voldaan. Gebruik van fossiele brandstof wordt hierbij beperkt tot maximaal 50 kWh/m2 en er moet minimaal 40% duurzame energie worden opgewekt. Overweeg toch ook eens een hoger ambitieniveau: energie neutrale gebouwen. Mede door nieuwe technologische ontwikkelingen is het heel goed haalbaar om investeringen in een energieneutraal gebouw binnen 30 jaar terug te verdienen.
Tot slot: in 7 stappen 120 kWh/m2 besparen
In deze 7 stappen gaan we van een energieverbruik van 120 kWh/m2 naar een volledig energieneutraal gebouw. Stappen op de ladder die natuurlijk hoe dichter naar het groen, steeds kostbaarder worden en meer inspanning vergen. Waar sta jij? Al bezig met energiereductie? Of nog zoekend naar overzicht. We gaan graag het gesprek aan en bekijken samen de stappen die gezet kunnen worden.

